Laat naar je hoofd kijken

Is dat schattige kuiltje in je kin een genetische erfenis van tante Emma of betekent het dat jij net zoveel water in je wijn kan doen als zij? En heb je die Dumbo-achtige flaporen van je overgrootvader Oscar, of geven ze soms aan dat je heel gevoelig bent voor muziek?

Heb je kleine, dicht bij elkaar staande ogen, een kleine wipneus en een terugwijkende kin, dan zou je even laf zijn als een rat. Heb je daarentegen een hoog voorhoofd, een trots gezicht en achterover gekamde haren, dan ben je even dapper als een leeuw. Deze en andere ‘wijsheden’ staan te lezen in het anonieme ‘Physiognomica’ dat ten tijde van Aristoteles verscheen. In dit eerste wetenschappelijke werk over physiognomie of gezichtsleer werden mensen ingedeeld in functie van hun gelijkenis met een dier. Gelukkig is de gezichtskunde sinds die tijd danig geëvolueerd: niemand heeft het nog over ratten en leeuwen, wel over de vorm van je gezicht, de stand van je ogen, de vorming van je rimpels… en wat je op basis daarvan te weten kan komen over iemands karakter, talenten en zwakheden.
Van de Middeleeuwen tot new age
Als je even terugkijkt in de geschiedenis, zie je dat de aandacht voor gezichtskunde er altijd is geweest. In de Middeleeuwen bijvoorbeeld werden gezichten intens bestudeerd. De kerk dacht er het hare van, maar vond het uiteindelijk een onschuldig maar nutteloos tijdverdrijf. Tot in de zestiende eeuw de belangstelling voor en de kennis van de gezichtskunde zo hevig oplaaiden dat er een banvloek over uitgesproken werd. Pas in de achttiende eeuw kreeg de physiognomie zijn adelbrieven dankzij een echte empirische aanpak waardoor ook respectabele geleerden zich ermee konden bezighouden. Er werd druk gemeten en vergeleken, en het absolute hoogtepunt kwam er met de Duitse predikant Lavater, die in 1775 stierf en een dik standaardwerk in vier delen achterliet over de ‘Physiognomische Fragmente zur Beförderung der Menschenkenntnis und Menschenliebe’, ofwel ‘Gezichtskunde ter bevordering van mensenkennis en mensenliefde’.

Lavater gebruikte de meetkunde om schedels op te meten, maar zijn theorieën en die van zijn opvolgers werden niet altijd gebruikt voor even ethische doeleinden. Zo is bekend dat de nazi’s de schedelkunde gebruikten om te bepalen hoe het zuivere, Arische ras er precies uitzag, en hun propagandamachine spuwde series pamfletten die de vervolging van haakneuzen propageerde.
Op die manier verdween de kennis van de schedel in het vergeethoekje tot de draad weer werd opgenomen in het new-agetijdperk, waarin ruimte is voor oude kennis én een grondigere aanpak.
Kijk eens in de spiegel
Wat kan een analyse van gezicht en schedel voor je doen? Ze geeft je niet alleen een idee over wie je bent en welke talenten je hebt, maar bezorgt je ook indicaties over je aanleg voor bepaalde ziektes en zwakheden. En als je weet wie je bent, is het ook makkelijker om met jezelf om te gaan of om eventueel je leven een andere wending te geven
De Nederlandse Anette Müller kreeg belangstelling voor het verhaal van gezicht en schedel en werd de laatste leerlinge van de Leuvense professor Paul Bouts. Bouts schreef niet alleen een aantal boeken over lichamelijke en geestelijke gezondheid, natuurvoeding en supplementenleer, maar heeft zich ook heel lang en intens beziggehouden met de analyse van het hoofd en werd dan ook in dat domein als een echte autoriteit beschouwd. Met zijn uitgebreide studie van de gezichtsvorm – die hij omdoopte tot psychognomie – wilde hij een beter begrip tussen mensen tot stand brengen.
Anette Müller: ‘Psychognomie is een samentrekking van twee woorden: psyche (geest) en gnomo (uiterlijk kenmerk). De basis van de psychognomie van Bouts werd gelegd door Gall, Spürzheim en Combe, allemaal beroemde frenologen of schedeldeskundigen. In de frenologie wordt vooral de schedelvorm bestudeerd omdat deze reflexzones heeft die verband houden met andere onderdelen in het lichaam.’
Binnen de psychognomie wordt verder een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de psycho-physiognomie (het kunnen lezen van de uiterlijke kenmerken die de hele mens bepalen, m.a.w. karakter en aanleg) en de patho-physiognomie (het kunnen lezen van de uiterlijke kenmerken die te maken hebben met de gezondheidstoestand van de mens).
Grote neus of wiskundeknobbel?
Het is niet omdat je een grote neus hebt, dat je nieuwsgierig bent, dat je gevoelig bent voor geuren en dat je graag je neus in andermans zaken steekt! Bij een gezichtsanalyse komt heel wat meer kijken, maar belangrijk is dat het totaalbeeld dat het gezicht uitstraalt, bekeken wordt. Aanwijzingen zijn bijvoorbeeld de haarlijn, de vorm en lengte van de neus, de oren, de wenkbrauwboog, kin, wangen, maar vooral ook de verhoudingen tussen de verschillende onderdelen. Ook de kleur van je huid en de plaats van je rimpels geven indicaties, net als de mimiek van je gezicht.
Anette Müller: ‘Ik kijk niet alleen naar de vorm van het gezicht, naar knobbels en verhoudingen op je schedel, maar ook naar de kleur en structuur van je huid. Verkleuringen van de huid, veranderingen in het weefsel, de vorming van pukkels en puistjes, verdikkingen of ingezakte stukken huid, moedervlekken, plekken op de huid die jeuken of afschilferen kunnen allemaal een betekenis hebben in de totale analyse.’ En zo kan een bepaalde verdikking in je schedel een zekere aanleg laten zien voor logisch denken of voor een groot expressief of creatief talent.
Er hangt veel af van de manier waarop je de informatie overbrengt. Anette: ‘Het is heel belangrijk om voorzichtig én ethisch te werk te gaan. Bij een gezichtsanalyse is het de bedoeling dat je opbouwend werkt. Dat je de nadruk legt op wat positief is en wat je daarmee kunt doen. Het is niet de bedoeling dat iemand na een uitgebreide gezichtsanalyse bedrukt en verdrietig naar huis gaat, integendeel. Ik geef bijvoorbeeld vaak advies aan jonge mensen. Hun talenten staan vaak op hun gezicht geschreven, maar dat komt lang niet altijd overeen met wat ze van zichzelf denken.’
Je gezicht en je karakter
Heel weinig mensen hebben een perfect symmetrisch gezicht. Dat komt omdat het rechterdeel van het hoofd verantwoordelijk is voor de ratio, terwijl de linkerkant het gevoel weerspiegelt. Sportmensen die overdreven veel spierkracht moeten gebruiken, krijgen heel ongelijke gezichtshelften.
Op welke aanwijzingen kun je verder nog letten? Mensen met bolle ogen zijn sterk verbaal ingesteld; ze kunnen wat ze voelen en denken goed verwoorden en hebben vaak een talenknobbel. Mensen met goed zichtbare, open oogleden hebben vaak ook een open karakter, terwijl iemand met meer gesloten oogleden veel gereserveerder is.

Wenkbrauwen vertellen veel over je overtuigingskracht: donkere, duidelijk getekende wenkbrauwen met een mooie vorm betekenen dat die persoon heel overtuigd is van zichzelf, in tegenstelling tot onzekere, kwetsbare mensen die hun natuurlijke wenkbrauwen afscheren en er een dun potloodlijntje voor in de plaats tekenen, zoals Edith Piaf en Sofia Loren.
Je neus vertelt een heleboel over je wilskracht, communicatievermogen, fysieke inzet, eigenwijsheid en natuurlijk over je gezondheid. Een wipneusje zegt dat de persoon in kwestie gevoelig is, terwijl mensen met een brede, dikke neusbasis eerder zinnelijk aangelegd zijn.
Mensen met volle lippen zijn sensueler aangelegd dan mensen met dunne lippen, maar ze kunnen ook behoorlijk driftig zijn. En wie een kleine, smalle mond heeft, laat een zakelijke ingesteldheid zien.
Iemand met een vierkant hoofd wil graag in beweging zijn en is minder geschikt voor saai kantoorwerk. Zulke mensen kunnen fysiek heel wat aan en herstellen snel van zware lichamelijke inspanningen. Worden mensen met een vierkant hoofd verplicht om lang stil te zitten en zich te concentreren, dan gaan ze afwezig naar buiten zitten staren, of worden ze heel ongedurig.
Oren zijn een verhaal apart. Mensen met een dikke buitenrand aan hun oor zijn moeilijk te beïnvloeden en geloven niet zomaar alles, in tegenstelling tot mensen met een dunnere buitenrand. De combinatie van oren en neus kan een aanwijzing zijn of je graag veel geld uitgeeft. Mensen met kleine oren hebben dan weer de neiging om alles zelf te willen doen en kunnen moeilijk delegeren.
Kin- en kaaklijn worden altijd bekeken in combinatie met de neus. Mensen met een terugwijkende kin zijn in veel opzichten veel voorzichtiger dan mensen met een vooruitstekende kin: de kin vertelt heel wat over de doe-impuls van een mens.
Aanleg voor ziektes
Anette Müller: ‘Van iemands gezicht kan je heel wat afleiden over zijn lichamelijke conditie. Zo vertellen verkleuringen of oneffenheden op de neuspunt heel wat over het functioneren van je spijsvertering, en of je voeding goed of slecht verteerd wordt, is af te lezen aan het onderste deel van je wangen. Verkleuringen op de neusvleugels verwijzen naar de toestand van je longen. De nasio-labiale lijnen van neus naar mond geven een indicatie over de toestand van je hart. De plaats waar het jukbeen zich bevindt, verraadt je weerstand tegen tegenslagen. Het gebied rond de ogen heeft te maken met het zenuwstelsel, met de behoefte aan slaap en de toestand van nieren en blaas. De slapen, het gebied rondom de slapen en bij het slaapbeen voor het oor zijn een goede indicatie over je herstelvermogen door slaap, maar vertellen ook iets over je behoefte aan eten en drinken. De neuswortel en het neusbot moeten dan weer zorgvuldig bekeken worden bij ziektes van het zenuwstelsel, maar geven ook een idee over de sterkte van de botten in het lichaam. De regio bij het neustussenschot en de overgang naar de bovenlip heeft te maken met de geslachtsorganen, terwijl het gebied rond de boven- en onderlip en de boven- en onderlip zelf ‘vertellen’ hoe het met je bloed, maar ook met je lever, je milt en je alvleesklier gesteld is.

Het gebied boven de kin geeft aanwijzingen over de darmen of laat zien of iemand last heeft van vervelende aambeien, terwijl de kin zelf meer duidelijkheid geeft over mogelijke overbelastingen van het spijsverteringssysteem. Het plekje onder de kin laat dan weer zien of een verkeerd voedingspatroon een effect heeft op je bloedsomloop, en je hals is de indicator bij uitstek van je biologische ouderdom en het functioneren van bepaalde klieren. De oorlel zegt veel over de reservekrachten in je lichaam, maar ook over de bloed- en lymfecirculatie in het algemeen.

Door Sylvia Silvester
(Goed Gevoel, februari 2003)